
Mwanafunzi tena
Hujambo? Habari za asubuhi? Elke morgen begroeten mijn leraar (mwalimu) Hamisi en ik elkaar volgens een vast ritueel. Hoe gaat het? Hoe is de ochtend? Hoe heb je geslapen? Hoe ben je wakker geworden? Hoe gaat het thuis? Wat heb je gedaan van gisteren tot vandaag? Ook wanneer ik op mijn fiets de smalle straatjes van Stone Town doorkruis begroeten de mensen me vriendelijk en willen weten hoe het gaat. Het kost me 4 uur per dag, 4 weken lang, maar inmiddels ben ik de basis van het swahili meester en naast gezellige gesprekken levert het ook voordeel op, bijvoorbeeld bij het kopen van een ijsje (voor “mzungu”, toeristen, 2000 shilling, voor mij 500). Het swahili is een prachtige taal. De dag begint met zonsopgang in de swahili tijd (8 uur ‘s ochtends is hier dus 2 uur) en er is geen woord voor “bezitten”, alleen “zijn met”. Het lijkt ongeveer in niks op alle talen die ik tot nu toe heb geleerd en het leren van 8 verschillende “klassen” woorden en hiermee steeds veranderende bijvoeglijke naamwoorden en aanwijswoorden leidt regelmatig tot frustraties.
Zanzibar is een eiland van tegenstellingen. De lokale bevolking profiteert flink van het florerende toerisme, maar armoede is vaak ook nog pijnlijk zichtbaar. In eenzelfde dorp kunnen kinderen bedelen om eten en 20 meter verderop zitten de toeristen achter een grote muur cocktails van 15 USD te drinken. Waar de lokale bevolking in hijabs en boerka’s over straat gaat, kunnen bepaalde strandgangers zo in hun bikini naar de supermarkt lopen.
Na 4 weken komt Lana, mijn Rotterdamse buurvrouw, me bezoeken. We beoefenen yoga op het paradijselijke strand van Jambiani, zwemmen met dolfijnen en schildpadden en dansen tot diep in de nacht in Nungwi en hangen hele dagen bij koffietentjes in Paje. Een perfecte voorbereiding op wat me te wachten staat op het vasteland de komende tijd.
Hujambo? Habari za asubuhi? Every morning my teacher (mwalimu) Hamisi and me greet each other with a set ritual. How are you? How is the morning? How did you sleep? How did you wake up? How are things at home? How are things since yesterday? When I cross the small streets of stone town people friendly greet me and ask how things are going. It takes me 4 hours per day for 4 weeks, but I’ve mastered the swahili basics and besides good conversation it saves me money, for example while buying icecream (2000 shillings for mzungu, tourists, and 500 for me). It’s a beautiful language. The day begins at sunrise (8 am is 2 am in swahili time) and there is no word for “possessing”, only “being with”. It barely resembles any of the languages I learned so far and learning 8 different noun classes with constantly changing adjectives and things like “object infixes” often leads to frustration.
Zanzibar is an island of contrasts. De local people profit greatly of the booming tourism industry, but poverty is often painfully visible. In one village there can be children begging for food while 20 meters away behind a big concrete wall tourists are drinking $15 cocktails. The local women walk around in hijab’s and burka’s while some beach visitors take a trip to the supermarket in their bikini’s.
After 4 weeks my neighbour Lana from Rotterdam comes to visit. We practice yoga on the paradise beach of Jambiani, swim with dolphins and turtles and dance until daytime in Nungwi and hang out at coffeeshops for days at a time in Paje. A perfect preparation on what is waiting for me on the mainland.
One thought on “Mwanafunzi tena”
Wat kan je toch mooi schrijven! Geniet nog even van de rust. Xx