Kifo

Kifo

In Afrika is de dood nooit ver weg. In het ziekenhuis staat hij altijd om de hoek. Het ene moment lijkt je patiënt uit zijn dal te kruipen, een uur later blaast hij zijn laatste adem uit. ‘s Ochtends loop je de afdeling op, en is het bed van die ene patiënt leeg. “Pole..” zegt de zuster die het bed schoonmaakt. Vaak komen patiënten zo laat dat je aan één blik genoeg hebt; deze haalt het niet. Soms rennen ouders binnen met hun kind gewikkeld in een doek, alleen om een minuut later de dood te laten vaststellen.

Tot een jaar geleden voelde de dood voor mij persoonlijk altijd ver weg. Ik ben 33, in de bloei van mijn leven. Ik ben gezond, ik sport, ik eet veel groente en fruit, wat kan mij nou gebeuren. Tot een jaar geleden mijn collega en vriend Wouter overleed. Hij had in Sierra Leone een keizersnede gedaan bij een vrouw die een virus bij zich droeg. Een virus wat maar in 1 procent van de gevallen tot de dood leidt. Een virus wat een man van mijn leeftijd, die gezond was, die sportte en die groente en fruit at, fataal werd. En toen bleek de dood ook bij mij om de hoek te staan.

Sommige familieleden van de patiënten hier lijken stoïcijns wanneer ik ze condoleer met hun verlies. Anderen, meestal moeders, storten ter aarde en beginnen hartverscheurend te schreeuwen. Met koude rillingen over mijn rug loop ik dan naar huis, het snijdt door je ziel. Maar ook de stoïcijnse familieleden laten mij niet onberoerd. Zij kennen de dood, ze zijn ermee vertrouwd. Zij respecteren hem, accepteren en gaan door.

Het afgelopen jaar zijn ook een Tanzaniaanse collega en een verpleegkundige meegenomen door de dood. Beiden door een beroerte, iets wat hier vaak en onder relatief jonge mensen voorkomt. Begrafenissen zijn drukbezocht en een groot sociaal evenement, en als je niet kunt komen moet je een boete betalen. Mijn collega’s zijn daarom ook geregeld een paar dagen afwezig als ze naar een begrafenis aan de andere kant van het land moeten.

Het afgelopen jaar voelde de dood dichterbij dan ooit. Toch ben ik er niet banger voor geworden. Zo lang de dood nog teveel slachtoffers maakt hier in Afrika, zal ik mijn best blijven doen hem te respecteren, maar niet te vaak te accepteren.

In Africa, death is never far. In the hospital, it can be around any corner. One minute your patient seems to be making it, the next he is breathing out his last breath. You walk into the ward in the morning to find your patient’s empty bed. “Pole..” the nurse says while cleaning the bed. Patients often come in so late it only takes me a glance to know: this one will not make it. Sometimes parents come in running, their child wrapped up in a blanket, only to have the death certified a minute later.

Until one year ago death felt far away for me personally. I am 33, in the prime of life. I am healthy, I work out, I eat my fruits and vegetables. What could ever happen to me? Until one year ago my colleague and friend Wouter died. He did a Caesarean section on a woman who carried a virus. A virus that was only lethal in one percent of all cases. A virus that killed a man of my age, healthy, who worked out, who ate his fruits and vegetables. And then it turned out death was not far for me either.

Some relatives of patients react stoically when I offer my condolences. Others, mostly mothers, fall down and heartbrakingly start crying. I walk home with chills down my spine, it cuts through the soul. But even the stoic relatives move me. They know death, they respect it, accept it and continue with life.

In the past year a Tanzanian colleague and a nurse died as well. Both from a stroke, something that happens often to relatively young people here. Funerals are busy social events and if you can’t make it you have to pay a fine. This is why my colleagues are often absent for a few days, travelling across the country to attend funerals of family members.

This past year death felt closer than ever. Nevertheless I did not become more afraid of death. As long as death makes to many victims here in Africa, I will do my best to respect it, but not to accept it too often.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *